STRATEGIC DOING?  WAT NU WEER?

Wouter de Waal, TRENDING leisure

 

Weer een nieuwe Amerikaanse ‘Management Tool’ die de wereld ‘Agile’ de ‘Next Step Forward’ helpt?  Dat zou zomaar eens kunnen. Want het mag dan wel uit Amerika komen, veelbelovend is het zeker. Strategic Doing is namelijk een manier om complexe netwerken aan het werk te zetten. Niet praten, maar doen. Op een gestructureerde manier. En daar is nogal vraag naar. Vooral rond gebiedsontwikkeling en toerisme.

 

Ik ging naar de Purdue Universitiy in Lafayette Indiana om het mee te maken. En geloof me, er zit wat in! De afgelopen 20 jaar heeft Ed Morrisson van Agile Stratagy Lab aan de Purdue University in Lafayette een methode ontwikkeld die indrukwekkende resultaten heeft behaald met complexe samenwerkingsverbanden. Dat zijn dus clubs waar mensen met verschillende achtergronden, belangen, werkgevers, ideeën en overtuigingen in samenwerken om iets voor elkaar te krijgen. Zeg maar netwerken die vooral de potentie hebben door ruzie, misverstanden, belangenverstrengeling en eigenzinnigheid vechtend uiteen te vallen. Dus geknipt voor de toeristische sector.

 

Feitelijk is het toeristisch product een groot netwerk van aanbieders, waar de toerist zijn eigen product uit samenstelt. Is ‘ie met zijn verse vriendin, dan is het product wat anders vormgegeven dan wanneer de toerist met zijn rokende schoonmoeder in een rolstoel komt. Maar alle aanbieders vormen samen het netwerk van toeristische deelproducten.

En het valt niet altijd mee om in dat netwerk iets aan de gang te krijgen. Nederland is vergeven van Toeristische Platforms, Leisure Boards, winkeliersverenigingen, destinatiemarketingclubs, VVV’s en tal van andere samenwerkingsvormen die met het toeristisch product aan de gang gaan. Overheden werken samen in Recreatieschappen en gebieden zijn samengevoegd tot ‘Landschappen’. Soms is de samenwerking effectief, vaak ook niet. Meestal is de levensduur eindig, net als het enthousiasme van de deelnemers. Kortom, er is sprake van een complexe netwerksamenwerking.

 

Zo’n complexe netwerksamenwerking bestaat niet alleen uit meerdere organisaties. Het houdt ook in dat er meer dan één uitdaging is om te tackelen. Bovendien zijn er meerdere oplossingen mogelijk om het doel te bereiken. Traditioneel kennen we de hiërarchische samenwerking. Daar wordt veelal eerst nagedacht (door de baas) en als dat proces is afgrond gaat men aan de bak. Die werkwijze is desastreus voor een netwerk. Eerst moeten namelijk de visies worden opgesteld en geaccordeerd door de bazen van de deelnemers. Vervolgens worden de strategische en jaarplannen opgesteld en kan men uiteindelijk aan de bak. Tegen de tijd dat iedereen akkoord is en er gewerkt kan worden, is de geest al uit de fles, het enthousiasme verdwenen en de samenwerking verworden tot een papieren tijger. Kortom, hiërarchie past niet in een netwerkorganisatie. Dus wil je in een netwerk wel wat realiseren, dan moet je het anders aanpakken.

Waarom is Strategic Doing dan een oplossing?

 

Het gaat om DOEN!

Dus niet lu***, maar poetsen! Dat is best een Nederlandse mentaliteit, dus bij veel collega’s valt dat in goede aarde. Zeker bij ondernemers die binnen toerisme verantwoordelijk zijn voor een groot deel van het product. Dus gelijk aan de bak, maar wel op een strategische manier. Na een eerste intensieve bijeenkomst met het netwerk is een actieplan opgesteld en lopen de deelnemers met de taak voor de komende maand de deur uit. En het gaat vaak niet om grote, zware taken, maar ook om kleine zaken die maar een uurtje per maand aan tijd kosten.
En ‘doen ‘ is belangrijk. Niet alleen om verder te komen, maar ook om onderling vertrouwen te ontwikkelen. Want als twee concurrenten aan een gezamenlijk doel gaan werken verdwijnt het wantrouwen door nieuwe focus en de actie.

 

De richting is een uitdagend doel

Missies en visies van organisaties zijn niet altijd even inspirerend. Vaak zijn ze polderend opgesteld tot een wat zweverig verhaal waar iedereen achter staat, maar niet uitdaagt tot actie. In een regio kan de missie van de Destinatiemarketing Organisatie (DMO) zijn om ‘het toerisme te stimuleren’. Strategic Doing zou het doel als volgt omschrijven: ‘Stel dat twee keer zoveel mensen opgewonden raken van het toeristisch product in onze regio, hoe zou dat er uitzien?’. Door het doel als vraag te formuleren wordt de creativiteit geprikkeld. Je gaat bedenken wat dat zou inhouden, hoe je het zou oppakken, wat daarvoor nodig is, et cetera. De eerste stap om iets te gaan DOEN.

 

De route is FLEXIBEL

Eindelijk, een management term: Agile! De route richting het doel is niet in beton gegoten, maar kan op elk moment worden aangepast. Bijvoorbeeld als er zich kansen voordoen die niet eerder bekend waren. Denk aan een televisieprogramma dat een seizoen aan opnames in jouw gebied plant. Of wanneer een deelnemer toch niet zo enthousiast blijkt, en mokkend het spel verlaat. De huidige tijd kenmerkt zich door exponentiele veranderingen op alle vlakken, dus flexibel kunnen opereren belangrijk!

 

Bijdrage van de deelnemers is de basis

In veel gebieden wordt eerst een budget bij elkaar gesprokkeld. Dan wordt een mooie pay-off bedacht (‘Doe het in Dronten’ of zo), waarna men de ‘markt op gaat’ met een lekker aanvullend logo. Maar als de uitdagende vraag is om ‘meer mensen opgewonden te laten worden van Dronten’ is die kreet wellicht niet de meest voor de hand liggend. Terwijl er toch één van de grootste attracties van Nederland ligt; Walibi Flevoland. En als Walibi iets wil bijdragen om mensen opgewonden te laten worden van Dronten, is dat denk ik nogal wat. Expertise, contact met hun vele bezoekers, ruimte om te overleggen, geld, et cetera. Hetzelfde geldt voor Doorhout Mees, en tal van andere partijen.

Bij Strategic Doing geven alle partijen aan wat hun bijdrage kan zijn aan het beantwoorden van de vraag. En die bijdragen worden geclusterd tot uitvoerbare ideeën. De ideeen met het meeste effect die bovendien het gemakkelijkst uit te voeren zijn, worden uitgewerkt. Ze worden meetbaar gemaakt en een mogelijke route voor de uitvoering wordt opgesteld. Tenslotte worden de acties die daaruit voortkomen opgehangen aan personen. En zo heb je dan na een eerste bijeenkomst  in 3,5 uur een compleet actieplan met een helder doel, meetbare resultaten en concrete acties.

 

Continu proces

Strategic Doing is als kayakken op zee; als je stopt, sla je om. Het doel is dus altijd door te gaan. Dat gebeurt door elke maand een bijeenkomst te houden. Hier worden de behaalde resultaten besproken en wordt vastgesteld welke volgende stappen worden genomen om het doel te bereiken. Is een actie niet uitgevoerd? Gaan we ermee door of niet? Moeten we het anders oppakken? Elke 30 dagen wordt intensief gekeken of het proces op koers ligt. Is een project afgerond of loopt het? Dan wordt gekeken welk ander project gestart kan worden en worden hier acties voor uitgewerkt.

Hoe is dat georganiseerd?

Strategic Doing kent een ‘kernteam’ dat zich verantwoordelijk voelt voor het proces. Dat zijn bijvoorbeeld ambtenaren van de gemeente, enthousiaste ondernemers, VVV-mensen, et cetera. Zij houden de boel gaande. Tijdens de eerste (intensieve) sessie zijn er mensen die het gesprek leiden, want deze eerste sessie kent een heel specifieke opbouw. Ook is er een ‘Nudger’, dat is een ‘duwer’ die mensen achter hun broek aanzit om hun taken ook daadwerkelijk uit te voeren.

Verder bestaat het netwerk uit enthousiaste mensen die hun handen uit de mouwen willen steken, hiertoe ook gemachtigd zijn van hun baas en een creatieve en actieve houding hebben. Dat netwerk is flexibel. Er kunnen mensen bijkomen, maar ook afvallen als het tegenvalt.

Nu dus een consultant inhuren?

Strategic Doing is eenvoudig maar verre van simpel. Alle stappen zijn uitgewerkt en zeker de eerste sessie kent een zeer doordachte aanpak. Maar die aanpak is ‘open source’, en dus door iedereen te gebruiken. Wel is het van belang de werkwijze op de juiste manier toe te passen. Daarom verwachten de bedenkers wel dat je een training volgt. Maar het gedachtengoed van Ed Morrisson is vrij beschikbaar voor iedereen die er mee aan de gang wil. Wil je de methode toepassen dan is begeleiding van iemand die de training heeft gevolgd dus nodig, maar die beperkt zich tot een eerste sessie en een aantal (minimaal 4) terugkoppelingen. En dat is eigenlijk heel weinig tijd, vergeleken bij een aanpak waar een visie, missie, strategie en uitwerking wordt opgesteld.

 

Interessant? Neem contact op met Wouter de Waal, 06-13227179 of info@trendingleisure.nl